Vroeg Engels of niet…?

Uit recent onderzoek komt naar voren dat er geen harde cijfers zijn die bevestigen dat het beter is voor de resultaten om vroeg (vanaf groep 1) met Engels te beginnen (Claire Goriot, februari 2019).

Waarom zou je er dan zo vroeg mee beginnen?

In Nederland willen we graag harde cijfers hebben om ons gelijk te bewijzen. Maar juist die cijfers zijn waar het onderwijs wat soepeler mee om zou moeten gaan.
Hoewel ik blij ben met het feit dat er onderzoek gedaan wordt naar Engels op de basisonderwijs heb ik een aantal kanttekeningen bij dit recente onderzoek.

 

De woordenschat was nagenoeg gelijk. -> Je zou verwachten dat kinderen die al vanaf groep 1 Engels leren een grotere woordenschat hebben. Maar als je er over nadenkt toch weer niet. Tot en met groep 5 of 6 leren kinderen voornamelijk spelenderwijs. Ze krijgen geen woordenlijst mee naar huis om te oefenen. De basale taal die de jongere kinderen al vroeg leren zijn woorden die kinderen uit de bovenbouw uit hun omgeving wel oppikken of na een aantal lessen Engels wel weten. Denk bijvoorbeeld aan ‘dog, can, house, this, his, alligator, balloon, pencil’.

In het onderzoek is er getoetst of er een verschil is tussen de abstracte cognitieve vaardigheden, zoals het vermogen om te focussen, bij de twee groepen leerlingen. -> Dat kinderen die tweetalig worden opgevoed hier een voordeel opbouwen (omdat het schakelen tussen twee talen je hersenen traint om te focussen op 1 taalsysteem tegelijk), wil niet zeggen dat kinderen op een vvto-school (Engels vanaf groep 1) dat ook hebben. Dat vind ik een oneerlijke vergelijking; een of twee uur Engels in de week weegt niet op tegen een tweetalige opvoeding. Hier zou een interessant, wellicht kleiner verschil tussen de twee groepen, aan het licht kunnen komen bij de 19 basisscholen die als experiment tussen de 30 en 50% van de lessen in het Engels aanbiedt. Dit voorjaar verschijnt de tweejaarlijkse tussenrapportage van de kinderen die nu in groep 5 zitten.

In het onderzoek wordt niet gekeken naar de ‘cijfers’ van kinderen na de basisschooltijd -> mijn ervaring is dat kinderen die EIBO Engels hebben gekregen (Engels vanaf groep 7) behoorlijk veel moeite kunnen hebben met uitspraak, durf om te spreken, het vormen van juist opgebouwde zinnen en tekstbegrip.

Ook werd er niet gekeken naar de grammaticale kennis van de kinderen of naar de durf om Engels te spreken. -> grammatica wordt niet expliciet onder de aandacht gebracht op de basisschool, maar wordt wel ingeslepen als je vroeg met Engels begint. De kwaliteit van de spraak gaat door juiste grammatica omhoog. Waarom is dat niet onderzocht?

De durf om Engels te spreken is niet onderzocht? Ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat dat bij kinderen die in groep 1 beginnen met Engels, het met de durf wel goed zit. Een gemiste kans om dit niet te bewijzen!

Het is jammer dat er niet is gekeken naar de dingen die moeilijk in cijfers zijn uit te drukken: Hoeveel plezier hebben de kinderen in het leren van Engels als ze wel of geen vroeg Engels hebben gehad? Weten ze en voelen ze waarom het handig is om Engels te kunnen begrijpen en spreken? Willen ze het zelf leren of stampen ze woordjes in hun hoofd om een goed cijfer te halen (en het na de toets weer te vergeten)? Praten ze Engels met zweet in hun handen of lachen ze om hun eigen fouten? Staan ze open voor het leren van nog een andere taal of zuchten ze al bij de gedachte?
Naast de bevordering van het taalbewustzijn (ook van dat van de Nederlandse taal), een gevoel voor andere culturen, meer lijntjes tussen de linker- en rechter hersenhelft etc. zijn skills als plezier en durf natuurlijk hartstikke fijn om aan je leerlingen mee te geven. Dan worden het open, gedreven, enthousiaste taalleerders. En dat is wat we uiteindelijk willen!

 Foto: dvhn.nl